Gepost door: Maaike | 06/01/2010

Effectief gebruiken van werkvormen

Er zijn tal van boeken, artikelen en websites met verzamelingen werkvormen voor bijeenkomsten. Dus als je eens een bijeenkomst anders wilt maken dan anderen is er inspiratie genoeg. Maar hoe gebruik je werkvormen op zo’n manier dat je het resultaat behaalt dat je wilt halen? Wanneer kies je voor welke werkvorm? Wat moet je vooral niet doen? Sasja Dirkse-Hulscher en Angela Talen hebben in “Het Groot Werkvormen Boek” (2007) naast een verzameling van 120 werkvormen ook beschreven waar je aan moet denken als je werkvormen inzet. Met goede tips voor iedereen die bijeenkomsten effectiever wil maken door met werkvormen aan de slag te gaan.

Om maar eens te beginnen bij het begin: waarom zou je eigenlijk energie stoppen in het bedenken van goede werkvormen voor een bijeenkomst, in plaats van gewoon een powerpoint te laten zien? Dirkse-Hulscher en Talen noemen verschillende redenen, waaronder onder andere:

  1. Omdat mensen maar 10 minuten geconcentreerd kunnen luisteren. Dat betekent niet dat ze daarna niet weer concentratie kunnen opbrengen, maar wél dat de spanningsboog onderbroken wordt en er iets anders nodig is om de aandacht vast te houden.
  2. Omdat mensen meer onthouden als inhoud zelf wordt ervaren. In het Groot Werkvormen Boek wordt onderzoek van Whitmore aangehaald die heeft ontdekt dat mensen significant meer van de inhoud van een bijeenkomst onthouden als ze zelf iets hebben meegemaakt (65%) dan als er alleen iets is uitgelegd (10%) of uitgelegd en voorgedaan (32%).
  3. Omdat voor verantwoordelijk gedrag sturing nodig is. Een hele strakke sturing kan ervoor zorgen dat mensen zich geen eigenaar meer voelen van wat ze moeten doen, een hele losse sturing kan ervoor zorgen dat mensen gaan zwemmen. Werkvormen helpen om hierin een middenweg te vinden. Dirkse-Hulscher en Talen zeggen hierover: “Werkvormen maken het mogelijk om enerzijds zelf regie te houden en kaders te geven, en tegelijkertijd ruimte te geven voor invulling door de groep”.
  4. Om communicatiepatronen bewust te doorbreken en te sturen. Patronen als niet voortbouwen op elkaar of één iemand die steeds het woord voert en de rest die stil is kun je doorbreken door specifieke vorm te kiezen. Bijvoorbeeld een vorm waarin je voor je iets zegt altijd eerst de ander moet samenvatten.
  5. Omdat je eigen voorkeur niet voor iedereen geldt. Iedereen heeft een eigen leerstijl. De een is bijvoorbeeld reflectiever, de ander actiegerichter. Door het inzetten van verschillende werkvormen kun je aansluiten bij deze verschillen en is de kans groter dat deelnemers hun inzichten ook toepassen in de praktijk.

Overtuigend verhaal? Dan komen Dirkse-Hulscher en Talen met een aantal stappen die helpen om een bijeenkomst daadwerkelijk vorm te geven. Het start met het formuleren van je doel. Wat voor soort interactiepatroon wil je? Wil je dat mensen gaan discussieren, iets ervaren, kennisdelen, iets beslissen, vaardigheden oefenen,…? En wanneer ben je tevreden? Wat doen deelnemers dan anders dan ervoor? Vervolgens benoem je welke onderdelen het programma in elk geval moet hebben om dat doel te bereiken. En welke werkvormen daarbij passen. Wat daarbij helpt is in elk geval te bedenken wie de deelnemers en welke werkvormen bij juist deze groep patronen kunnen doorbreken.

Het Groot Werkvormen Boek is een aanrader, zowel vanwege de schat aan werkvormen als door de duidelijke uitleg hoe je die werkvormen kunt gebruiken!

Dirkse-Hulscher, S. & Talen, A. (2007). Het Groot Werkvormen Boek. Den Haag: SDU.


Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.